Eztachtl

Wat volgt is een verhaal gerelateerd aan de verloren god Eztachtl, vermoedelijk ooit een heerser op het continent.

Flarden uit het verleden…
Nadat Tarik zijn compaan Hagen in goede zorgen achter gelaten had in de kolonie informeerde hij naar de rest van de groep verkenners en vernam hij dat deze verder getrokken waren naar de ruïne om deze verder te verkennen. Hij besloot om in de kolonie te wachten op hun terugkomst. Echter nadat hij na enkele dagen gokken en drinken, het aan de stok kreeg met een lokale oplichtersbende, ze waren zo onbekwaam en hij ontmaskerde hen nogal beschamend, besloot hij toch uit verveling achter de groep aan te gaan. Het feit dat er een paar gasten hem s nachts kwamen opzoeken versnelde dit proces alleen maar.

Op de weg naar de ruïne kwam hij enkele reuzen tegen, en na wat gezellig tafelen en wat slinksheid lukte het Tarik om in enkele dagen bij de ruïne aan te komen. Daar trof hij de rest van de groep aan. Na enig overleg besloten ze hun zoektocht in de grot met het altaar te beginnen, waar nog enkele gangen niet verkend waren. Daar troffen ze opnieuw de bewakers van de grot, de hagedis mannen aan. Deze vormden echter geen onoverkomelijk obstakel. Wel vonden ze een mede gevangene in de grot die opgesloten zat in een houten kooi.

Anne vertrouwde het zaakje niet en begon te bidden tot haar godheid die haar verzekerde dat hetgeen zich in de kooi bevond slecht was. Dale die snakte naar actie trok er ondertussen zelf op uit en ontdekte nog wat hagedismensen en leidde deze terug naar de kamer met de kooi. De overige leden waren aan het beslissen wat ze met het wezen gingen doen, echter werden onderbroken door een binnenstormende Dale met iets daarachter de hagedismannen. In het gevecht dat volgde gebruikte Anne van de verwarring gebruik om een speer in het wezen te werpen waarna dit zijn ware gedaante toonde. Tentakels schoten door de tralies door en grepen Anne vast die tegen de grond werd gesmakt. Valeer zag dit gebeuren en riep zijn God Hano aan en wierp een vuurbal in de kooi die ervoor zorgde dat het wezen met kooi en al tot zijn einde kwam.

Om aan de oprukkende vlammen te ontsnappen trok de groep verder in de gangen om op het einde, een grot aan te treffen waar een hele commune hagedismensen leefde. Deze waren volop bezig met het warm houden van hun nageslacht. De verkenners kunnen de hagedismensen niet overtuigen om de grot te verlaten aangezien ze dan hun kinderen moesten achterlaten en beslissen ze te helpen de grot af te dichten. Dit lukt wonderwel en tijdens het verwijderen van rotsblokken om de gang te blokkeren ontdekken ze bovendien nog een extra gang.

Na even te hebben uitgerust stond Dale op, schreeuwde “Hop daar gaan we weer” en sprong de gang in. De overige leden van de groep keken elkaar aan, en besloten weliswaar iets voorzichtiger het voorbeeld van Dale te volgen. De gang ging over in een wilde glijbaan, dieper de wereld in, en ze merkte al snel dat Dale die kleiner van gestalte was blijkbaar in een van de zijgangen geschoten was. De wilde rit eindigde nadat de groep door een verroest hekwerk vloog dat op het einde van de glijbaan was gemonteerd.

Na wat tijd genomen te hebben om zich te ontwarren en de duizeligheid van de wilde rit van zich af te schudden zetten de verkenners zonder Dale hun tocht in het onbekende verder. De gang gaat twee kanten uit, enerzijds ligt een grot waar vanaf de stalactieten een donkere vloeistof afdruipt. De andere kant die ze uiteindelijk kiezen leid naar een slaapkamer met ettelijke bedden. Hier vinden ze al snel een verborgen gang die naar een schatkamer leidt met enkel kisten. Tarik wend zijn kunde aan en onderzoekt de kisten, waarna hij er twee opent zonder valstrik. Met de derde echter heeft hij wel wat werk maar na enkele minuten lukt het hem toch om deze open te krijgen zonder het mechanisme in gang te zetten. De kisten bevatten vele rijkdommen en in de afgesloten kist zit bovendien een tiara die Anne voor zich opeist. De groep beseft al snel dat het niet mogelijk is om de ganse hoeveelheid spullen met zich mee te nemen en beginnen alle waardevolle zaken in te pakken zodat ze deze later met hulp kunnen komen oppikken.

Wanneer ze aan de kist met edelstenen beginnen horen ze plots een geroezemoes van achter de deur. Ze stoppen waarmee ze bezig zijn om beter te kunnen luisteren wat dit geluid veroorzaakt, echter het geroezemoes stopt. Valeer die niet geloofd dat er iets te horen was zet het inpakken van de buit verder en weer is er het geroezemoes te horen dat stopt vanaf het moment Valleer stopt met inladen. Ze besluiten de deur te openen maar vinden er niets bijzonders. Valeer die nog steeds niet geloofd dat er iets in deze kamer bevindt begint opnieuw een zak in te laten, en onmiddellijk is het geroezemoes terug echter nu met de deur open veel luider. Wat ze zien in de kamer is dat deze ineens een soort markt bevat. Al snel beseffen ze dat er hier weer allerlei vreemde machten aan het spel zijn en dat de schat ervoor zorgt dat een andere wereld zichtbaar wordt als men hier mee in contact komt. Daarop steekt iedereen wat sieraden in zijn zak en houd deze vast zodat de marktplaats verkend kan worden. De verkenners komen er al snel achter dat niet zozeer een ander wereld zichtbaar word door de magie van de schat, maar eerder een andere tijd. Na wat ondervragen komen ze erachter dat dit de hoogdagen van Estachteld zijn.

Omdat ze nogal opvallen tussen alle Sanbarianen worden ze als snel opgemerkt door een priesteres die hen begroet en hun meedeelt dat ze verwacht worden. Tarik vertrouwd het zooitje niet helemaal en ondervindt al snel dat als hij het sieraad los in zijn zak steekt de wereld vervaagt, maar dat hij alles nog wel kan waarnemen. Iedereen aan de andere kant echter blijkt hem niet meer op te merken. Alzo beslist hij mee te gaan met de rest van de groep naar de tempel.

In de tempel wordt Anne uitgekozen als Priesteres van Estachteld, onder invloed van de tiara krijgt ze ook nog een scepter toegestopt. Hierna zien zowel valleer als Tarik dat Anne volledig in de macht van Estachteld is, als reactie hierop trachten ze de tiara en de scepter te pakken te krijgen. Uiteindelijk lukt dit ook en komt Anne uit de invloed van estachteld en word ook de scepter vernield. Estachtedl die ziet dat zijn Priesteres zich tegen hem heeft gekeerd beslist om het tij nog te proberen te keren en zet de aanval in. Rondom hem begint de grond op te werpen en verschijnen ondoden die langzaam maar zeker hun duistere heerser te hulp komen. Onze 3 helden blijken als snel te sterk te zijn voor de nog in een verzwakte toestand verkerende Estachteld, en na een geducht gevecht wordt deze definitief geveld.

De andere wereld verdwijnt al snel en ook de ondoden storten terug ter aarde. Nog niet goed beseffent wat er allemaal is gebeurt merken ze al snel dat ze in een enorm uitgestrekte stad zitten. Valleer die beweerd nog goed de weg naar de schat te weten leidt hen verder de stad in en na enkele uren beseffen ze maar al te goed dat ze nu volledig verloren gelopen zijn in de megapolis. Gelukkig vinden ze al snel een plaats waar ze de hele stad kunnen overzien en daar horen ze ook wat stemmen die vanuit een miniatuur stad blijken te komen. Ze besluiten wat op onderzoek te gaan in de hoop iemand te vinden die hun de weg naar buiten kan tonen.

Terwijl ze de miniatuurstad iets beter bekijken horen ze een luid gekraak en worden bestormd door wat lijkt op 3 voorouders van de hagedismensen. De 3 blijken echter geen echte tegenstander voor onze groep verkenners te zijn en worden als snel geveld. Na de aanval heerst er een doodse stilte, die na enkele ogenblikken onderbroken wordt door het hoge gekrijs van wat lijkt op elfjes die luidkeels “De draken zijn dood” roepen.

Tarik die de wezentjes “Irridings” doopt vanwege hun hoogst irritante stemmen en gezoem, vraagt of ze de weg naar buiten kennen. Gelukkig voor de groep weten deze wezentjes dat en wordt hun een langzame dood gespaard. Op weg naar boven komen ze hulp tegen van niemand minder dan William die hen helpt om veilig en met de gevonden schatten terug in de kolonie te komen.

Eztachtl

De Nieuvve Aerde Deaddocus